Maestro

Voor het eerst sinds lange tijd ben ik vorige week weer eens naar een concert geweest. Het was een lunchconcert van mijn gitaardocent (en stiekem ook wel een idool) Fernando Riscado Cordas. Hij speelde een half uur prachtige klassieke gitaarmuziek (voor de kenners: Tansman, Ponce en Villa-Lobos) in een afgeladen kerk in Zoetermeer. Hij is een meester in het beheersen van dynamiek en klank. Het was door alle prikkels wel een uitdaging voor mij, maar ik ben uiteraard heel blij dat het gelukt is. Echt een mijlpaal voor mij.

Fernando Cordas een paar jaar geleden in dezelfde kerk. Federico Moreno Torrobo – Madroños

Wie mij enigszins kent, weet hoe belangrijk muziek voor mij is. Muziek en vooral live muziek heeft iets magisch voor mij. Het heeft zoals alle kunst iets heel persoonlijks. Wat ik mooi vind, is voor iemand anders misschien wel heel lelijk. Het fijne is dat het niet uitmaakt. Je kan een opname zo vaak of zo weinig luisteren als je zelf wilt. Er is ook zoveel muziek te ontdekken voor wie het wil. Een concert heeft daarbij nog iets heel bijzonders. Er wordt ter plekke iets gecreëerd wat er eerst nog niet was. Het begint met niets en eindigt ook met niets. Wat overblijft is de herinnering. Alsof een kunstenaar een schilderij maakt en vervolgens weggooit. De sfeer en het moment kunnen bijzondere dingen opleveren. Het gaat daarbij niet om perfectie, maar om het gevoel dat je ervan krijgt.

Dankzij mijn vader, die altijd goede muziek aan had staan, luister ik van jongs af aan de hele dag door naar muziek. Ik heb een grote liefde voor de meeste genres: (kwaliteits) pop, rock, indie, electronische muziek, klassiek, flamengo, en jazz. Slechts het Nederlandse levenslied en de accordeon kan ik helemaal niet verdragen. Ik heb ook altijd iets met muziek willen doen. Tijdens mijn studententijd heb ik in een cd-zaak gewerkt. En ik heb jarenlang als gitaardocent gewerkt. Nu heb ik mijn eigen YouTube-kanaal (je kunt je abonneren op: https://www.youtube.com/@tomasscholtus) waar ik opnames plaats van klassieke gitaarmuziek. Zo vind ik toch weer een vorm om mezelf muzikaal te uiten.

Mijn favoriete opname van mijzelf: Lagrima van Francisco Tarréga

Muziek heeft me door de zwaarste en naarste momenten in mijn leven gesleept. Nog steeds heeft het een zeer kalmerende werking op mijn geest. Het biedt troost en afleiding. In stressvolle en hopeloze situaties kan ik altijd nog naar muziek luisteren. Mijn noise-canceling koptelefoon is de afgelopen jaren mijn meest waardevolle bezit geworden. Het zorgt ervoor dat ik me volledig kan afsluiten van de wereld als ik het nodig heb.

Voordat ik de hersentumor kreeg ging ik heel veel naar concerten. Ik was er goed in om op het ‘juiste’ moment bands te ontdekken en te bekijken in kleine zaaltjes zoals de Melkweg en het Paard. Ik hield en hou niet van massale concerten in stadions. Ik ben een keer naar een reünieconcert van The Police geweest in de Arena en vond er geen fluit aan. Het geluid was heel slecht en ik kon de bandleden alleen via beeldschermen volgen. Dan had ik ze liever eind jaren 70 gezien in Paradiso. Maar toen was ik helaas nog niet geboren…

Ik heb nog wel wat bands op mijn lijstje staan die ik wil zien, maar ik ben bang dat het er niet meer in zit voor mij. Als je het over prikkels hebt is een concert wel het perfecte voorbeeld van wat ik juist niet moet opzoeken. Een klassiek gitaarconcert in een kerkje is wat dat betreft nog ‘prikkelarm’ te noemen. Maar wie weet gaat het in de toekomst nog wel lukken om met mijn vriendin naar Khruangbin of Far Caspian te gaan. Anders heb ik gelukkig nog mooie opnames om naar te luisteren.

Far Caspian: Questions
Kruangbin: August 12

Meesters op de gitaar (3): Roberto Aussel

De Argentijnse gitarist Roberto Aussel (1954) is een beetje een mysterie. Er is niet veel over zijn leven te vinden op internet, zijn Wikipedia-pagina is kort en alleen Duits- en Franstalig. Een heel bescheiden gitarist die toch vele prijzen heeft gewonnen waaronder de prestigieuze Konex Award in 1999 en de Radio France gitaarcompetitie in 1975. Verder doceert hij aan het conservatorium in Keulen, dat bekend staat als de kweekvijver van jong talent in Europa. Spaarzaam doet hij interviews, waar hij met zijn zachte stem vooral heel bescheiden en aardig overkomt.

Aussel speelt Scarlatti

Toch is hij degene die de componist Astor Piazolla zover kreeg om iets voor de gitaar te componeren. De Cinco Piezas (1981) voor de gitaar zijn slechts een voorbeeld van de werken die voor Aussel zijn gecomponeerd. Andere componisten die iets voor Roberto Aussel hebben gecomponeerd zijn: Marius Constant, Marlos Nobre, François Rossé, Norbert Leclerc, José Luis Campana, Francis Schwartz, Juan María Solare, Francis Kleynjans, Bob Wander, Carlos Grätzer, Edmundo Vasquez, Pascale Jakubowski.

Aussel speelt Piazolla

Ik vind hem een heel intrigerende gitarist. Uiteraard vanwege zijn fabelachtige spel, maar ook door zijn opvallende eigenwijze repertoire keuze. Hij lijkt alleen muziek te spelen die hem goed ligt of waarmee hij een connectie voelt en dat is bij veel gitaristen en klassieke musici wel anders. Zo heeft hij nog nooit Bach opgenomen, maar wel Domenico Scarlatti en Sylvius Leopold Weiss (allemaal barok). En die speelt hij magistraal. Niet zelden wijdt hij een hele cd aan een componist: zoals Scarlatti, maar ook in Europa obscure muziek zoals Atahualpa Yupanqui. Ook heeft hij weleens hetzelfde stuk op meerdere cd’s opgenomen, wat ik niet bij andere gitaristen heb gezien. Eigenlijk heel logisch, want je maakt als muzikant altijd een bepaalde ontwikkeling door: hoe je een werk speelde in het verleden is vaak anders dan nu.

Aussel speelt Yupanqui

Via Aussel heb ik veel nieuwe muziek ontdekt, maar hij speelt ook vaak muziek die zelf graag speel zoals Alexandre Tansman en Antonio Lauro. Hij doet dat altijd met veel gevoel en muzikaliteit. Altijd met een frisse en unieke interpretatie. Je kan horen dat de muziek hem echt iets doet, niet omdat het nu eenmaal moet. Je kan de verfijning horen, de vele jaren die hij heeft gebruikt om aan de muziek te schaven. Er zijn genoeg gitaristen die een grotere output hebben dan Aussel, maar die behandelen de gitaar vaak uitsluitend als een manier om hun talent te showen. Muziek als een circusnummer: hoe meer en hoe sneller, hoe beter lijkt het soms wel. Niet bij Aussel, die altijd met oprechtheid en eerlijkheid speelt.

Opname van Aussel uit de jaren 80, hij speelt werken van Alexandre Tansman, Miguel Llobet en William Walton

Meesters op de gitaar (2): Roland Dyens

Na de Braziliaanse super gitarist Yamandu Costa is het nu tijd voor de Franse gitarist/componist/arrangeur/docent Roland Dyens (1955-2016). Hij was een heel speciale muzikant die ik gelukkig live heb mogen zien in 2010 in het Concertgebouw. Meesterlijk in alles wat hij deed, altijd met veel persoonlijkheid en altijd op een zeer muzikale, menselijke en humoristische manier. Zijn Tunesische afkomst klonk soms ook door in zijn muziek, maar hij woonde vrijwel zijn hele leven in Parijs, waar hij ook doceerde aan het conservatorium.

Zijn eigen interpretatie van een typische tango, de Tango en Skai

Zijn vele composities worden gelukkig nog altijd door veel gitaristen uitgevoerd, maar het is ‘pijnlijk’ dat zijn aantrekkelijke stukken nauwelijks op zijn niveau worden gespeeld. Dat kan ook eigenlijk niet, omdat het bedrieglijke werken zijn. Je moet namelijk een topmuzikant zijn om zijn werken goed te interpreteren. Altijd technisch ingewikkeld om te spelen, maar altijd met heel pakkende melodieën en ritmes. Het klinkt altijd alsof het heel simpel is, maar wie zijn stukken wel eens heeft geprobeerd te spelen weet wel beter. Waar de meeste gitaristen zich op stuk bijten is de interpretatie van de dynamiek en klankkleur. Dat is niet alleen een kwestie van begrijpen, maar ook van het kunnen uitvoeren.

Thomas Viloteau is een van de weinige gitaristen die Dyens kunnen evenaren

Hij begon zijn concerten vaak met een improvisatie en dat maakte hem redelijk uniek in de klassieke gitaarwereld. Zijn ervaring als componist hielp hem daar waarschijnlijk bij. Maar hij werd ook wel vergeleken met een jazzgitarist. Zijn arrangementen van jazz-standards zijn ook beroemd. Het was een muzikale veelvraat. Een concert van Dyens bijwonen was een heel bijzondere gebeurtenis aldus zijn biografie:

”Always transformative events, Roland Dyens’ concerts unfolded
as personal experiences of emotional awakening for the audience.
Inspired by the musical unity demonstrated in his concerts, audience members would often later use the impact of the artist’s
virtuosity and creativity to guide own perception of music and,
more broadly, their lives as well”

Improvisatie van Roland Dyens, met humoristische verwijzingen naar andere muziekstukken

Hij was ook een geweldige docent die middels masterclasses veel leerlingen heeft kunnen bereiken. Ik heb zelf helaas nooit een les van hem kunnen krijgen, maar als je op Youtube kijkt kan je gelukkig nog veel opsteken van Dyens. Hij was heel genereus en voelde zich nooit te groot om les te geven aan leerlingen van elk niveau. Omdat zijn composities vaak te moeilijk waren voor beginners heeft hij tegen het eind van zijn leven nog de 20 Lettres gecomponeerd. Die zouden volgens Dyens kunnen dienen als lesmateriaal voor beginnende gitaristen. In werkelijkheid zijn het nog steeds pittige stukken, maar inderdaad simpeler dan zijn andere repertoire en heel leerzaam voor de gitarist die ze probeert te spelen.

Hier is mijn eigen uitvoering van Lettre Encore, een van de 20 Lettres

Ik sluit af met een arrangement van A Night in Tunesia van Dizzy Gillespie, toepasselijk omdat zijn roots in Tunesië lagen. En zijn jazzinvloeden komen hier ook naar voren. Als je door zijn lijst van composities kijkt had hij heel veel invloeden: van Frank Zappa tot Chopin.

A Night in Tunesia

Veel te vroeg overleden, maar hij heeft veel betekend voor de klassieke gitaarwereld. Hij is de meest opgenomen componist voor de klassieke gitaar ooit. En met zijn invloedrijke spel en zijn rol als docent zou ik hem de belangrijkste klassieke gitarist willen noemen na Andres Segovia. Hij heeft genoeg gedaan voor een leven.