Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) – Gedragsverandering (1)

Dit is het eerste deel van een reeks over Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH). Het valt in de categorie ‘van me af schrijven’, omdat ik hier nu nog geen grip op heb. Wel is duidelijk dat ik veel problemen heb in het dagelijks leven door NAH, en dat is heel frustrerend. Ik stuit ook op onbegrip bij mijn omgeving, zelfs bij professionals. NAH is veelomvattend en ingewikkeld. Dit is een poging om het voor mezelf op een rij te zetten, zodat ik het beter kan uitleggen aan mensen. Ik maak hiervoor gebruik van de website van de Hersenstichting en mijn eigen ervaringen.

Dit is voor mij misschien wel de meest ingrijpende vorm van NAH: de negatieve veranderingen van het gedrag. Het is heel heftig en deprimerend om bij je zelf te constateren dat je gedragingen anders zijn dan voor de hersentumor. Ik doe mijn uiterste best om normaal mee te doen, maar vaak gaan dingen toch niet goed. Vooral in communicatie met andere mensen merk ik dat er snel wrijvingen ontstaan. Dat komt natuurlijk vooral door mij. Dat is heel frustrerend en zorgt ervoor dat ik meer in mijn schulp kruip om pijnlijke situaties te vermijden. Ik wil immers niemand kwetsen.

Ik kan bijvoorbeeld minder goed begrip opbrengen voor de gevoelens en gedragingen van andere mensen. En ik ben ongeduldiger en minder flexibel: alles moet op mijn manier en wel meteen. Dat is wat mijn standaard reactie is in veel situaties, en natuurlijk begrijp ik dat de wereld niet zo werkt. Ik moet dus mijn uiterste best doen om dit gevoel te onderdrukken, en dat lukt helaas vaak niet. Ik ben vaker prikkelbaar en ongeremder in mijn reacties op mensen. Ik ben daar uiteraard niet trots op, maar het is wel hoe het nu is.

Volgens de website van de Hersenstichting heeft dit een aantal oorzaken en dit is volgens mij een uitstekende beschrijving van wat er bij mij gebeurt:

Dirigent is de weg kwijt

Je hersenen werken als een soort dirigent van een orkest. Vooral bij nieuwe situaties moeten je hersenen vaak schakelen: Wat is er nodig? Wat kan ik het beste doen? Waarmee moet ik rekening houden? In bestaande situaties werken je hersenen juist vaak ‘op de automatische piloot’.

Bij gedragsverandering door hersenaandoening is de automatische piloot er niet meer. Ook is de dirigent die normaal helpt bij nieuwe situaties de weg kwijt. Patiënten hebben met andere woorden een probleem met hun regelfuncties (dysexecutief syndroom). 

Je slaat de plank snel mis

Je hebt moeite om te plannen, te organiseren of dingen te doen. Je vindt het moeilijk bij je plan te blijven. Je kunt situaties waarin je je bevindt niet goed beoordelen, je schat je zwakke eigenschappen niet goed in en overziet de mogelijkheden of beperkingen van een situatie niet goed.

Omdat je inschatting niet klopt, kun je ook de consequenties niet goed overzien. Als de situatie verandert, heeft jouw dirigent het moeilijk. Je raakt het overzicht kwijt. Je emoties en gedachten blijven rondcirkelen.’

Uiteraard probeer ik zelf om mijn gedrag weer te veranderen, maar zelfs als ik mijn uiterste best doe lukt dit vaak niet. Het stemt me heel somber dat de gedragsveranderingen waarschijnlijk blijvend zullen zijn. Ik moet hier dus mee leren omgaan en mijn omgeving ook. En vooral voor hun is het heel zwaar. Mijn conclusie is dat ik vanaf nu wat hulp en vooral begrip nodig zal hebben van mijn omgeving om te blijven functioneren. Dit is natuurlijk niet altijd mogelijk, maar ik ben ervan overtuigd dat open communiceren hierover alleen maar kan helpen. Mensen zullen moeten beseffen dat ik echt mijn best doe, ook al kom ik soms lomp en onbeholpen over. Ik ben niet meer dezelfde Tomas als voor de tumor en dat zal ik ook niet meer worden (ook niet als de tumor weg is).

Overschatting van mijn mentale capaciteiten is wat ik nu soms opmerk bij andere mensen. De problemen die ik heb worden ook wel gebagatelliseerd, of men gaat ervan uit dat ik bepaalde dingen wel zou kunnen terwijl dat absoluut niet zo is. Daar zitten tot mijn verbazing vaak ook professionals bij. Je kunt mij niet meer op dezelfde manier benaderen als een gezond persoon, ook al zou ik dat uiteraard heel graag willen. Sommige dingen die ik doe of zeg moeten gecorrigeerd worden of genegeerd, zoals bij een klein kind. Dat is heel sneu en pijnlijk, maar zo is het wel helaas. Ik kan sommige dingen niet goed meer overzien of inschatten.

Tot slot wil ik weer wijzen op de website van de Hersenstichting. Daar worden heel goede tips gegeven voor naasten om om te gaan met gedragsverandering. Ik maak een kleine selectie:

  • Zorg ervoor dat iemand geen grote risico’s kan nemen. Stel duidelijke grenzen. De directe omgeving moet als een soort ‘buffer’ werken.
  • Als iemand een verkeerde inschatting maakt, kun je hem verbeteren. Gebruik geen boze blik, of opmerking als ‘gedraag je’, want hij weet nu juist niet hoe dat moet. Vertel vriendelijk en duidelijk welk gedrag je wil en doe zo mogelijk voor wat je bedoelt.
  • Maak ongepast gedrag bespreekbaar. De kans is groot dat hij ergens wel weet dat hij dit gedrag vertoont, maar zichzelf niet kan verbeteren. Misschien schaamt hij zich, net als jijzelf.
  • Het is belangrijk om te weten dat dit gedrag berust op niet kunnen. Het is geen kwestie van niet willen, gebrek aan interesse of luiheid.
  • Het is niet zo dat mensen met hersenaandoeningen niets meer voelen. Soms is alleen de kracht van de emotie veranderd, zodat het gevoel gelijkmatiger is geworden. Ga situaties niet vermijden, want op zijn eigen manier heeft de persoon met een hersenaandoening er wel degelijk een gevoel bij.
  • Vaak helpt uitleg niets en is non-verbaal ‘ingrijpen’ beter dan woorden: even aanstoten, een kalmerend gebaar maken. Vooral zelf rustig blijven. Als je zelf boos wordt, kan iemand helemaal de controle kwijtraken en loopt het misschien uit de hand tot agressie.
  • Het is belangrijk dat je als naaste grenzen stelt en structuur biedt. Dit is lastig, omdat je aan de ene kant begrip en geduld moet hebben, maar aan de andere kant ook als politieagent moet kunnen ingrijpen.
  • In een aantal gevallen kun je door goed te observeren ontdekken wanneer iemand boos en agressief wordt. Bijvoorbeeld als iemand oververmoeid is of te veel geconfronteerd wordt met zijn eigen falen. Probeer die situaties zoveel mogelijk te vermijden. Of kies een andere aanpak: probeer iets makkelijker te maken met kleine stapjes of een tussentijdse rustpauze.
  • Het voorkomen van agressie lukt vaak niet als iemand geen rem meer heeft. De kunst is dan om het je niet persoonlijk aan te trekken en het te zien als gedrag waarover de ander geen controle heeft.’

Tussenstand donaties

Misschien wist je nog niet dat ik geld probeer op te halen voor onderzoek naar hersentumoren? Ik heb onlangs een eigen actiepagina op de website van de stichting van Stophersentumoren.nl, genaamd Stophet.nl. Op mijn actiepagina op Stophet moest ik een streefbedrag aangeven. Ik heb gekozen voor 1000 euro, dat leek mij wel een mooi bedrag. Ik had eigenlijk geen idee of het een succes zou worden, maar met veel vreugde kan ik meedelen dat er al bijna 25% is opgehaald!

Als je wilt doneren op mijn actiepagina, dan kan je dat hier doen: https://stophet.nl/index.php?option=com_comprofiler&Itemid=934&action=groups&func=show&id=451&lang=nl&plugin=cbgroupjive&view=pluginclass. Het is een goed doel waarbij al het geld naar onderzoek gaat en niet naar dure promotie of naar de vakantie van de directeur.

Er is nog veel onderzoek nodig naar hersentumoren en dat is prijzig, maar wel heel belangrijk voor de toekomst van de patiënten. De behandelingen worden steeds beter en de levensverwachtingen worden steeds hoger. Maar nieuwe behandelingen zijn alleen mogelijk met meer onderzoek.

Ik wil iedereen die gedoneerd heeft hartelijk bedanken! Voel je zeker niet verplicht om te doneren, maar ik zal wel regelmatig een update geven over de tussenstand. Hopelijk haal ik ooit de 1000 euro!

Verjaardag

Ik ben vandaag 35 jaar geworden. Hopelijk ben ik voldoende hersteld van de chemokuur van afgelopen week, zodat ik er mooie dag van kan maken. Ik denk gelijk terug aan vorig jaar toen ik met mijn moeder en mijn broer nog ben gaan lunchen in een restaurant bij het Gemeentemuseum hier in Den Haag. Ik weet nog dat het toen heel warm was en dat het door alle Corona-maatregelen best wel bijzonder was dat het weer kon. Het was een hele gezellige dag!

Ruim een week later kreeg ik mijn eerste epileptische aanval in mijn slaap midden in de nacht, waarbij ik mysterieuze blauwe en paarse armen opliep en enorme pijn in mijn rug kreeg. Ik lag ook naast mijn bed toen ik wakker werd en kon niet meer zonder hulp opstaan. Een paar weken later kreeg ik nog zo’n heftige aanval, waarna er een scan is gemaakt van mijn hoofd en de tumor werd ontdekt. Het is nooit helemaal opgehelderd waardoor ik opeens blauwe en paarse armen kreeg. De huisarts vroeg aanvankelijk zelfs of ik had gevochten. Zelf denk ik dat de aanval zo heftig was dat het daardoor is gekomen, maar dat is nooit zo bevestigd door een arts. Ik heb later ook nooit iets soortgelijks gehoord van mensen met een hersentumor.

Ik hoop dat iedereen die dit leest dus ook even stilstaat bij onderzoek naar hersentumoren. Er is nog veel niet bekend en het onderzoek helpt echt. Zo is de behandeling die ik volg (met protonenbestralingen en twaalf chemokuren) pas sinds een paar jaar mogelijk. Er zijn dus nog altijd ontwikkelingen in de behandeling van hersentumoren die een groot verschil kunnen maken. Het zou me veel vreugde brengen als mensen een donatie doen op mijn actiepagina, maar ik wil mensen niets opdringen natuurlijk.

Voor donaties: https://stophet.nl/acties/Tomas_Gitaar

Voor meer info over het onderzoek naar hersentumoren: https://stophersentumoren.nl/

Gif

Ik ben sinds vandaag op de helft van de in totaal twaalf chemokuren. Mooi moment om even stil te staan bij het fenomeen ‘chemokuur’. Voordat ik ziek werd, dacht ik altijd dat een chemokuur met een infuus was en dat je er kaal van werd. Maar niets is minder waar. In mijn geval gaat het met tabletten (Temozolomide) en die kan ik gewoon thuis innemen. Kaal werd ik er ook niet van, dat was juist met de bestralingen gebeurd op de plek van de tumor. Na vier maanden groeide mijn haar weer langzaam aan. Je kan het nu nauwelijks meer zien. Het doel van de chemokuur is om de groei van kankercellen stil te leggen.

Het proces is eigenlijk heel simpel: ik moet twaalf chemokuren nemen. Dat is elke maand vijf dagen achterelkaar tabletten innemen in de ochtend en daarna drie weken herstellen. Het duurt dus in feite een jaar als je geen vertraging oploopt. Dat heb ik wel gehad, ongeveer een maand in totaal. Er wordt namelijk in de vierde week twee keer bloed geprikt om te kijken hoe de bloedwaardes zijn. Met name de witte en rode bloedlichaampjes en bloedplaatjes zijn belangrijk. Als die te laag zijn, mag je niet beginnen aan de volgende kuur. 

Hoe zwaar is het? Het is gif. Je lichaam wordt op alle mogelijke manieren lam gelegd, waardoor je je heel ellendig voelt. Je wordt misselijk, je bent vermoeid, duizelig, je slaapt slecht, je hebt geen eetlust meer, je kan niet meer naar de wc, je krijgt hoofdpijn en buikpijn, je smaak wordt anders, sommige dingen stinken opeens. Sommige mensen krijgen er epilepsie van (ik niet gelukkig). Het is gewoon walgelijk. Je urine is tijdens en tot een paar dagen na de kuur zelfs giftig. Het is zo zwaar dat sommige mensen er zelfs voor kiezen om het niet te doen, met alle gevolgen van dien. Die kiezen ervoor om voor levenskwaliteit te gaan. Dat was voor mij nooit een serieuze optie: ik wil de best mogelijke behandeling.

Ik merk dat ik elke kuur weer anders reageer, maar over het algemeen herstel ik wel steeds sneller. Eerst was ik echt de volledige maand ellendig, maar nu ben ik na zo’n drie, vier dagen na de kuur weer hersteld. Het is psychologisch heel moeilijk om jezelf te vergiftigen. Je weet dat het je heel ziek maakt, maar toch moet je het elke ochtend innemen. Het hele ritueel van de chemokuur is moeilijk om vol te houden. Je mag een uur voor en na de kuur niets eten of drinken. De tabletten zitten in aparte zakjes die je alleen kan openen door ze open te knippen. Dat gaat altijd heel moeizaam, terwijl ik er het liefst zo snel mogelijk doorheen wil zijn. Ze zijn ook echt ‘giftig’, dus je moet er voor zorgen dat alles nadat je de pillen hebt aanraakt meteen schoon wordt gemaakt. Ook al smaken de pillen nergens naar, word ik toch vaak misselijk. Dat is puur psychologisch, ik walg er simpelweg van.

De eerste dagen gaan meestal nog wel. Na de derde dag wordt het eigenlijk altijd al ondoenlijk. Na de vijf dagen van de kuur is het nog niet voorbij: ik ben meestal het ziekst in de eerste twee dagen na de kuur. Het is superzwaar omdat je eigenlijk niets kan doen voor afleiding. Je kunt vaak niet eens lekker slapen. Ik probeer wel te wandelen elke dag, en dat lukt ook wel, maar het is vaak niet zo prettig als je duizelig en misselijk bent. Ik heb ook geleerd om elk moment aan te grijpen als ik me weer beter voel op een dag. Zo heb ik dit blog kunnen opzetten tijdens de chemokuur, ook al voelde ik me grote delen van de laatste dagen heel slecht.

Ook al kan ik verder niets, ik heb altijd nog muziek. Muziek heeft me al veel vaker gered gedurende alle behandelingen. Ogen dicht en koptelefoon op. Of desnoods alleen in mijn hoofd. Rustige, kalme muziek, of juist iets heel agressiefs en hards. Ben heel dankbaar dat ik dit in ieder geval nog heb om van te genieten in tijden dat ik eigenlijk niets kan doen. Chemokuren hebben ook een aantal mooie kanten. Ik kijk altijd uit naar de dag dat ik me weer beter voel, en die komt gelukkig altijd. Het zorgt er ook voor dat je intenser geniet van de dingen die wel weer lukken, want je beseft opeens dat niets vanzelfsprekend is. Hoe zwaar het ook is, het helpt je om meer van het leven te genieten.

Actiesite voor onderzoek naar hersentumoren

Ik hoop met dit blog ook informatie te geven over hersentumoren. Het is geen lichte kost, maar ik vind het belangrijk om hier open over te zijn omdat veel mensen vrijwel niets weten over hersentumoren. Zelf heb ik er een en ik ben er achter gekomen dat er nog veel onderzoek nodig is. Onderzoek helpt echt: zo zijn er de laatste jaren steeds meer positieve ontwikkelingen. Zelf ben ik behandeld met protonenbestralingen bijvoorbeeld, waarmee ze heel gericht kunnen bestralen en dat is echt pas iets van de laatste jaren.

De behandelingen zijn er nu op gericht om de tumor te stabiliseren en de groei zo lang mogelijk uit te stellen. Dat lukt gelukkig steeds beter, maar het is nu nog altijd zo dat de tumor zich uiteindelijk ontwikkelt tot iets wat niet meer te behandelen is. Ik weet dan ook dat ik ooit zal overlijden aan mijn hersentumor. Ook al is mijn tumor nu nog ‘goedaardig’: dat blijft helaas niet zo. Hoe lang dat precies duurt is onduidelijk en afhankelijk van hoe ik reageer op de behandelingen.

Mijn behandeling is vrij standaard voor iemand met mijn soort tumor (graad 2 Laaggradig Astrocytoom) en leeftijd. Eerst een operatie waarbij de chirurg zoveel mogelijk probeert weg te halen. Bij mij is dat helaas niet gelukt, omdat ik epileptische aanvallen (insulten) kreeg tijdens de operatie. Toen durfde de chirurg het niet aan om meer weg te halen. Toen heb ik een nabehandeling gehad van 30 dagen protonenbestralingen in Delft (allemaal achterelkaar). Daarna 12 chemokuren in tabletvorm, ik zit nu bijna op de helft. Dat is allemaal heel heftig en zwaar, maar ik doe het omdat dit de best mogelijke behandeling is.

Voor meer informatie kan je kijken op: Kankerbestrijding fonds voor hersentumor onderzoek. Hersentumoren is de vorm van kanker waar de meeste kinderen en jong volwassenen aan overlijden. – STOPhersentumoren

Voor donaties kan je kijken op mijn eigen actiepagina: https://stophet.nl/acties/Tomas_Gitaar