Afgelopen zondag heb ik voor het eerst een lotgenoot in levende lijve ontmoet. De afspraak was eigenlijk dat we zouden gaan schaken, maar we gingen eerst nog ‘even’ praten. Het werd een lang gesprek over van alles en nog wat. Om maar lukraak wat onderwerpen te noemen: Bamigo boxershorts, Marcel en Gijs, de blokkade van Ad Ros en verbazing over lotgenoten die nog ‘even’ een berg op fietsen. Het blijkt dat we veel gemeenschappelijke interesses hebben, zoals muziek en katten. Ik speel gitaar en hij wil het graag leren. En hij is onlangs naar een concert van Peter Gabriel geweest in de Ziggodome, terwijl ik naar concerten gaan heel erg mis. Jaloezie alom. Maar in eerste instantie ging het ‘natuurlijk’ vooral over de tumor en hoe we daarmee proberen te leven.
Volgens mij houden we allebei niet zo van praten over onze ziekte, maar voor een eerste kennismaking waren we natuurlijk benieuwd naar onze beide verhalen. We hadden elkaar immers nooit ontmoet zonder de hersentumor. De reden dat ik liever niet met onbekenden over de tumor praat, is dat zo’n gesprek al snel een ongemakkelijke wending neemt voortkomend uit onbegrip en goede bedoelingen. Zo wordt de ziekte en klachten vaak gebagatelliseerd en vinden gezonde mensen het vaak nodig om zich te vergelijken met mij (vaak gehoorde zinnen: ‘ik ben ook wel eens moe en in de war’, ‘de tumor is vast helemaal weg nu’ en ‘ik hoop dat je snel weer beter wordt’). Met Martin was het anders, omdat hij weet dat er geen positieve kanten aan een hersentumor zitten: het is gewoon klote.
Het werd een bijzondere middag met Martin en zijn vrouw Shirley, die er ook bij was en die minstens zoveel weet van het leven met een hersentumor. We blijken naast onze tumor zoals gezegd nog veel meer dingen gemeen te hebben. Zo houden we allebei van schrijven en houden we een blog bij over onze ziekte. Martin (link naar zijn blog: overlevenmetkanker.nl/) schrijft daarover met veel humor en een bewonderenswaardige lichtheid. Daarnaast zijn we fan van de podcast ‘Weer Een Dag’ van Marcel van Roosmalen en Gijs Groenteman. In die podcast prijzen ze altijd heel overdreven een gesponsord product aan. Waaronder Bamigo boxershorts, die als je Gijs en Marcel moet geloven, bijna buitenaardse kwaliteiten moeten bezitten. Zo zou je ze minstens een week kunnen dragen en neemt je zelfvertrouwen heel erg toe. Daarbij ‘ademen’ ze, want ze zijn van bamboe gemaakt! Daarnaast zijn ze ook heel prijzig, maar dat heeft ons er niet van weerhouden om ze voor de lol aan te schaffen. Onlangs is Martin zelfs naar de tv-opname van ‘Marcel en Gijs’ geweest, wat een hilarische avond schijnt te zijn geweest.
We hebben allebei gemengde gevoelens bij het contact met lotgenoten. Omdat je een ziekte deelt, ben je nog niet automatisch een vriend van elkaar. Er moeten meer dingen zijn die overeenkomen, net zoals in het ‘normale’ leven. Het is ook problematisch om jezelf met je ziekte te identificeren. Als je dat gaat doen beperk je jezelf en wordt de wereld heel klein. We zijn natuurlijk veel meer dan een ziekte. We zijn mensen die leven, die nog kunnen lachen en dingen kunnen ondernemen. Die kunnen lezen en schrijven. Genieten van de kleine, maar ook grote dingen. Die kunnen liefhebben en chagrijnig kunnen zijn. Alles is alleen anders geworden. Er is een onzekerheid bijgekomen die er eerst niet was. Een gebrek aan energie om zomaar spontaan dingen te doen. Alles moet gepland worden, er moeten ‘rustmomenten’ worden ingepland. Er is ook een soort ongeduld bijgekomen, een besef dat je nu moet genieten en dingen af moet maken.
In de eerste jaren na de diagnose heb ik veel gehad aan de lotgenotengroepen op Facebook waar ik lid van was. Het heeft wel degelijk een functie gehad voor mij. In eerste instantie voor contact met mensen die hetzelfde doormaken als ik. Voor vragen, herkenning en steun die je niet zo snel op andere plaatsen meer vindt als je ernstig ziek wordt. Na van verloop van tijd merkte ik dat je via deze groepen ook wel heel veel ellende tegenkomt. Van mensen die je eigenlijk niet kent. Mensen publiceren bijvoorbeeld over de tumor die weer is gegroeid, familieleden die melden dat hun geliefde is overleden. Het is helaas vaak ook heel confronterend om in zo’n groep rond te kijken.
Maar zeker in de eerste periode van de diagnose is het heel fijn geweest om deze groepen te hebben. In het echte leven is het namelijk zo dat ik het contact met veel mensen ben kwijtgeraakt in de loop van de jaren na de diagnose. Rond de operatie heb ik veel kaarten en berichtjes gehad, maar daarna stopte het opeens. Alsof het allemaal maar niet te lang moest duren. Helaas was het nog helemaal niet klaar voor mij met nog anderhalf jaar aan bestralingen en chemokuren voor de boeg. Aan de andere kant heb ik in de afgelopen drie jaar door mijn ziekte ook weer mensen leren kennen. Mensen waarvan ik het nooit had verwacht dienden zich opeens aan. Maar hoe je ook bekijkt: het sociale leven is beperkter geworden voor mij. Ik heb er door mijn overprikkeling ook minder energie voor.
Voor mij zijn zulke geslaagde ontmoetingen zoals met Martin dus heel waardevol. Ik besteed mijn beperkte energie het liefst niet meer aan onbelangrijke mensen en gebeurtenissen. Er zijn natuurlijk ook veel verschillen tussen Martin en mij, en de beperkingen die we allebei ondervinden. Zo heb ik meer last van van overprikkeling en NAH en zijn de beperkingen van Martin meer fysiek van aard (hij loopt met een rollator). Maar we begrijpen elkaar. En kunnen lachen met elkaar. Over boxershorts. En toen bleek dat Ad Ros (een nogal aanwezig persoon in de Facebook groepen) ons kennelijk allebei geblokkeerd had, was het wel duidelijk dat er een band tussen ons is. De volgende keer gaan we een potje schaken.
