Er is weer veel gebeurd in de afgelopen maand: tijd voor wat bezinning. Ik schrijf dit blog eigenlijk vooral om mijn gedachtes te ordenen en te verwerken wat ik allemaal meemaak. Ik ben in mei begonnen met het revalidatietraject bij Basalt en ik ben daar eigenlijk heel enthousiast over geworden na een moeilijk begin. Verder heb ik weer wat kleine succesjes behaalt. Zo ben ik een weekendje weggeweest in Zeeland, heb ik weer voor het eerst weer kunnen optreden met mijn gitaar en schaak ik bij mijn schaakvereniging ook weer regelmatig. Ik heb waarschijnlijk meerdere berichten nodig om alles te beschrijven. Allereerst de revalidatie bij Basalt.
Het revalideren gaat vooral in groepsvorm met zeven andere mensen met kanker en het leek mij bij voorbaat al ‘interessant’ om te kijken hoe dat zou gaan. Door mijn problemen met overprikkeling had ik mijn twijfels of ik het aan zou kunnen. De eerste dag waren er meteen drie activiteiten gepland van meer dan een uur (kennismaking, fysiotherapie en ergotherapie). Tijdens de eerste kennismakingsronde had ik het al zwaar. Ik merkte meteen dat een hersentumor toch iets anders is dan zoiets als borstkanker of prostaatkanker. Mijn hersenen zijn aangetast, waardoor het voor mij moeilijker is om te functioneren in een groep dan voor iemand met pakweg darmkanker. Het is een hele drukke, maar leuke en interessante groep met veel humor en makkelijk pratende mensen. Maar voor mij is het nog zwaar om daar mee om te gaan: ik heb moeite met de vele prikkels.
Wat er precies met mij gebeurt is moeilijk uit te leggen, maar het komt er op neer dat ik me ga ‘verzetten’ tegen alle prikkels. Ik krijg moeite met praten, voel veel spanning in mijn bovenlichaam (vanaf mijn schouders) en heb moeite met mijn evenwicht. De eerste dag werd het mij teveel bij de laatste activiteit en moest ik eerder weggaan. Thuis kreeg ik vervolgens een epileptische aanval en was ik een paar dagen heel vermoeid en moest ik de activiteiten van de rest van de week afzeggen. Een slecht begin dus… Maar bij Basalt zijn ze gelukkig heel flexibel en hebben mijn programma snel kunnen aanpassen naar een activiteit per dag. De fysiotherapie was voor mij al individueel ingepland, de rest van de groep doet dat gezamenlijk. De zwemsessies zijn voor mij geschrapt: ook wel gevaarlijk als je epilepsie hebt.
Ik was wel heel blij met de fysiotherapie. Ik krijg daar ontspanningsoefeningen en ik merkte meteen het effect. Als ik mij fysiek kan ontspannen werkt dat ook geestelijk door. Sinds mijn hersentumor ben ik veel meer gespannen en heb ik nauwelijks nog ontspanning kunnen ervaren. De oefeningen helpen mij om me rustig en relaxed te houden, wat heel belangrijk voor mij is. Want stress en gespannenheid kunnen leiden tot een epileptische aanval. Door de oefeningen heb ik de ontspanning gevonden waardoor ik weer bij de groepssessies kon aansluiten. Het is nog altijd niet gemakkelijk, maar het lukt nu in ieder geval vaak wel om er te zijn.
Het is heel bijzonder om in zo’n groep te zitten met allemaal mensen met kanker. Er zijn natuurlijk veel overeenkomsten, want iedereen maakt ongeveer hetzelfde door. Er zijn veel momenten van herkenning. Maar er zijn natuurlijk ook verschillen, want iedereen gaat anders om met kanker. En dat is waar het voor mij interessant wordt. Iedereen heeft zijn eigen gevoeligheden en onderwerpen waar juist makkelijk mee omgegaan wordt. Onderwerpen als werk, gezin, intimiteit, zingeving, persoonlijke verzorging, acceptatie en angst voor de ziekte. Het gaat misschien wat ver om dat hier allemaal te beschrijven, want het is natuurlijk heel persoonlijk. Het is wel fijn en waardevol om dat te kunnen bespreken met lotgenoten.
En ik leer er ook heel veel van om bij lotgenoten te zien hoe zij met dit soort onderwerpen omgaan. Het is niet iets statisch: er zit voortdurende ontwikkeling in en dat is heel interessant om te zien. Degene die bij de eerste sessie nog veel grappen maakte en de indruk wekte het allemaal niet zo serieus te nemen, vroeg na een maand toch stilletjes om een afspraak bij een psycholoog. Degene die de eerste bijeenkomsten nog een doek over haar hoofd droeg, uit schaamte omdat ze haar had verloren door de chemokuren, had de laatste bijeenkomst de moed gevonden om die af te doen. Of degene die nog steeds heel veel uren werkt, eigenlijk net doet alsof er niets aan de hand is maar daar uiteindelijk ook helemaal niet gelukkig van wordt.
Tot nu toe heb ik er heel veel aan, meer dan ik had verwacht eigenlijk. Het kost natuurlijk wel veel energie. De reis er naartoe en terug is alleen al een hele opgave voor mij. Een half uur met meestal een volle bus, met op de route een school met drukke kinderen. Ik doe dan een noise-canceling koptelefoon op en probeer me rustig te houden. En na de activiteiten lig ik vaak doodop op de bank. Maar ik steek er toch veel van op. En ik merk de vooruitgang. Een paar maanden geleden had ik dit niet kunnen doen, te veel prikkels. Nu kost het nog steeds wel veel moeite, en voel ik me absoluut niet prettig. Maar het lukt vaak wel.
