
La Mer is een symfonisch gedicht (of ‘drie schetsen’) gemaakt door Claude Debussy tussen 1903 en 1905. Het laat heel ‘beeldend’ de zee horen in drie delen: 1. “De l’aube à midi sur la mer” (Tussen zonsopgang tot de middag op zee); 2. “Jeux de vagues” (Spel van de golven); 3. “Dialogue du vent et de la mer” (Dialoog tussen de wind en de zee). Het was een heel baanbrekend en invloedrijk werk: het was in zijn tijd niet gebruikelijk om een natuurfenomeen op deze manier op muziek te zetten, daarbij wordt het ook wel de voorloper van filmmuziek genoemd. Voor La Mer waren er natuurlijk wel symfonische gedichten of symfonieën, maar die waren altijd verhalend of abstract.
Ik houd heel erg van de muziek van Debussy. Zijn muziek heeft altijd iets mysterieus, impressionistisch en soms ook iets oosters. Dat is ook wel duidelijk te horen in zijn pianomuziek, zoals de Estampes: een driedelige pianosuite.
Als je je iets meer verdiept in de manier waarop zijn muziek in elkaar zit, valt zijn gebruik van de pentatonische en hele-toonstoonladder op. Zonder al te technisch te worden bestaat de pentatonische toonladder altijd uit vijf van de gebruikelijke zeven tonen van de westerse diatonische toonladders. De toonladder van a klein (a-b-c-d-e-f-g) wordt bij Debussy bijvoorbeeld: a-b-d-e-g. Wat meteen heel oosters klinkt.
Op dezelfde manier werkt de hele-toonstoonladder. Hier worden de halve toonsafstanden (bijvoorbeeld tussen b-c en e-f) vermeden zodat er alleen nog maar hele toonsafstanden overblijven. Dat klinkt ingewikkelder dan het is, want er blijven dan nog maar twee mogelijke toonladders over: c-d-e-f#-g#-a# of c#-d#-f-g-a-b. Het ontbreken van een leidtoon zorgt ervoor dat de toonladder heel zweverig klinkt en voor je gevoel nergens naar toe gaat.
Voor La Mer liet Debussy zich inspireren door de kunstwerken van de schilder Joseph Mallord William Turner en specifiek het schilderij bovenaan deze pagina van Hokusai, The Great Wave off Kanagawa. Ik luister La Mer regelmatig, het verveelt nooit en je hoort altijd weer andere dingen. Omdat het een redelijk kort orkestwerk is en ook nog eens verdeelt in drie aparte delen, is het wat mij betreft heel toegankelijk voor mensen die normaal niet naar klassieke muziek luisteren. Het is veel korter dan een gewone symfonie van bijvoorbeeld Beethoven of Shostakovich. Ik woon zelf in de buurt van de zee en ik weet dus heel veel van het spel tussen de zee en de wind. De ene keer kan het kalm zijn en de andere keer juist heel onrustig en vervaarlijk. Ik denk dat Debussy een geweldige verbeelding had en dit meesterlijk heeft gevat in dit werk.
